Eerder deze maand, op 6 september, organiseerde het Dutch Harp Festival in samenwerking met de Internationale Gaudeamus Muziekweek een workshop in het Utrechts Conservatorium om componisten bekend te maken met de harp. De workshop was vrij toegankelijk voor publiek, maar met name bedoeld om componisten op weg te helpen met hun inzendingen voor het aankomende compositieconcours. Productieleider Marleen de Bakker meldt dat er ongeveer vijftig componisten op de workshop af waren gekomen. “We hadden een vrij internationaal publiek, ik geloof dat de helft van de mensen die ik aansprak geen Nederlands spraken. Enkele bezoekers waren zelfs vanuit het buitenland overgekomen!”
Saskia Rekké opende de middag met een presentatie over de harp. Na de geschiedenis van het instrument kort te hebben aangehaald, legde zij de werking van de harp uit aan mensen die het instrument nog niet eerder onder de loep hadden genomen. Niet-harpisten zijn zich er vaak niet van bewust dat men op de harp gebruik moet maken van zeven pedalen, elk met drie mogelijke standen, om voortekens toe te kennen aan noten. Zelfs als ze weten dat harpisten alle 47 snaren individueel moeten stemmen, realiseren ze zich niet altijd dat het stemmen (en gestemd blijven) een kunst an sich is. Omdat componisten het schrijven voor de harp vaak op dezelfde manier benaderen als het schrijven voor de piano, vervolgde Saskia met een overzicht van de manieren waarop de harp van de piano verschilt. Hierin besprak ze het componeren voor de harp op idiomatische wijze en gaf ze tips als “gebruik niet meer dan zeven tonen per toonladder”, “gebruik niet meer dan twee pedalen per keer” en “gebruik geen virtuoze trillers of toonladders voor de metalen snaren van de harp”. Haar lezing omvatte zelfs de grote verscheidenheid aan klankkleuren en special effects die de harp kan voortbrengen, waarbij ze het publiek van notaties uit voorzag met name composities van Carlos Salzedo. Alles werd daarnaast live gedemonstreerd door harpiste Sabien Canton.
Toen de te ontdekken mogelijkheden van de harp eenmaal tot de verbeelding van het publiek spraken was het tijd om naar voorbeelden te luisteren middels een ‘Zapp-concert’, waarbij Miriam Overlach en Sabien Canton fragmenten uit twintigste-eeuws harprepertoire ten gehore brachten. Het programma omvatte onder andere ‘Pour le tombeau d’Orphee’ van Marius Flothuis, ‘Sequenza, II’ van Luciano Berio en selecties van werken van Ravel, Aperghis and Saariaho.
Het publiek werd toen door de ervaren harpcomponist Roel van Oosten getrakteerd op wijsheid uit eerste hand. Hij beschreef hoe hij destijds te werk was gegaan voor het schrijven van zijn harpconcert, waarbij hij uitlegde dat hij vanaf het begin voor een traditionelere benadering had gekozen. Hiermee vermeed hij bewust de “speeltuin aan klanken” die hedendaagse componisten, onder de indruk van de verrassende effecten, vaak overmatig gebruiken.
Na het luistergedeelte werden de componisten in het publiek in kleine groepen verdeeld en kregen ze de kans kregen om hun ideeën uit te wisselen met harpisten, vragen te stellen en hun ideeën op de harp uit te proberen. De workshop hielp diverse discussies op gang en bracht mensen tot brainstormen. Hopelijk vertrok iedereen huiswaarts met nieuwe inspiratie om noten op papier te zetten. We zien er naar uit om te horen wat er aan de hand van de workshop aan composities is ontstaan.
