Elizabeth Jaxon: Wat is jouw rol als concoursdirecteur in de voorbereidingen voor het festival in 2012 tot nu toe geweest?
Marit Eisses: Ik heb het concours gecoördineerd, vrijwel vanaf het begin. Momenteel hou ik me bezig met het verwerken van de aanmeldingen, daarnaast ben ik verantwoordelijk voor alle communicatie met de deelnemers. Tijdens de [bestuurs]vergaderingen ben ik degene die het concours vertegenwoordigt. Wanneer de belangen van het concours en het festival met elkaar in conflict zijn, ben ik degene die het concours verdedigt. Ik benader het gehele evenement vanuit de deelnemers, terwijl de zakelijk directeur bijvoorbeeld eerder een financiële benadering heeft, en argumenten aan zou dragen als “we moeten op ons budget letten”. Ik ben dan degene die zegt, “Nee, we moeten aan de deelnemers denken.”
Alle bestuursleden hebben overigens meerdere verantwoordelijkheden. Ik ben de concoursdirecteur, maar ook hoofd van het secretariaat, waardoor ik alle inkomende communicatie afhandel, de vergaderingen coördineer en teksten vertaal en redigeer.
EJ: Ik begreep dat je in het dagelijks leven met kostuums werkt. Hoe raakte je dan betrokken bij de organisatie van een harpfestival?
ME: Dat klopt, ik ben kostuumhistorica en werk voor de mode- en kostuumafdeling van het Haags Gemeentemuseum. Ik ken Remy van vroeger, we komen uit hetzelfde dorp. We verloren elkaar op gegeven moment uit het oog, maar kwamen elkaar twee jaar geleden weer tegen, waarna ik vroeg of ik hem kon helpen met de organisatie van het Dutch Harp Festival. Bij de eerste editie van het festival was ik betrokken als assistent van de PR-afdeling en het secretariaat, en ik was tijdens de festivalweek secretaris van de concoursjury. De meeste oorspronkelijke bestuursleden hebben de organisatie na de eerste editie verlaten, maar ik bleek door enkelen van hen te zijn aangedragen als opvolger, waarna ik gevraagd werd om tot het bestuur toe te treden. Het is waar dat ik zelf niet veel met de harp te maken heb, maar desondanks heb ik er veel plezier in.
Dit festival is zeker iets heel anders dan wat ik normaalgesproken doe. Het is een groot verschil om het ene moment concoursdirecteur van het Dutch Harp Festival te zijn, en het andere moment één van de afdelingsassistenten van het museum. Samen met de andere bestuursleden van het DHF zit ik overal bovenop, ik mag inhoudelijke besluiten nemen en heb veel invloed over hoe dingen eruit gaan zien.
EJ: Terwijl we dit gesprek hebben [15 november 2011] is de aanmeldingsperiode voor de voorrondes van de Dutch Harp Competition bijna ten einde. Kun je uitleggen hoe deze ronde gejureerd zal worden?
ME: Op dit moment verzamelen we alle binnenkomende aanmeldingen. Als eerste zullen we alle aanmeldingsdocumenten controleren op volledigheid en correctheid. Het artistiek comité zal dan de programma’s controleren, of deze aan de tijdslimiet voldoen en artistiek gezien adequaat zijn. Als dit alles in orde is en ook de kwaliteit van de audio-opnames gecheckt is zal er een juryzitting plaatsvinden. We hebben drie juryleden uitgenodigd om alle opnames te beoordelen. We maken de opnames anoniem, zodat de juryleden niet zullen weten naar wie ze luisteren. Wanneer de resultaten hiervan binnen zijn stellen we de deelnemers op de hoogte en vragen we hen het inschrijfgeld te voldoen en een bevestiging te geven van dat ze naar Nederland zullen komen. Daarna kunnen we de namen van de kwartfinalisten bekendmaken en de concoursweek in maart verder voorbereiden.
EJ: Je zei dat er drie juryleden zijn, maar deze zijn anoniem, toch?
ME: Klopt, we kunnen hun identiteit nog niet bekendmaken omdat er dan technisch gezien contact zou kunnen ontstaan tussen jury en deelnemers. Deelnemers zouden dan bijvoorbeeld hun audio-opnames naar de juryleden kunnen toesturen, die ze mogelijk zouden herkennen tijdens de juryzitting. Daar willen we natuurlijk geen ruimte voor laten, we willen de anonimiteit van de opnames echt kunnen garanderen. Daarom zijn er zulke strikte procedures. Ik ben de enige die weet welke opname van welke kandidaat is. Daardoor mag ik ook niet overal aanwezig zijn, bijvoorbeeld als er bepaald wordt hoeveel kandidaten er door zullen gaan naar de kwartfinale. Niemand anders mag daarnaast de opnames beluisteren voor de juryzitting, ik ben de enige die hier toegang toe heeft. De procedures zijn vrij rigoureus. Als je een concours wilt organiseren met hoge transparantie en zoveel mogelijkheden voor corruptie wilt uitbannen, moet je daar streng in zijn. Ik wil na afloop iedereen kunnen vertellen dat alles eerlijk gegaan is, dat er gecontroleerd kan worden dat we niets twijfelachtigs hebben ondernomen of invloed hebben uitgeoefend op uitkomsten. De resultaten van de voorrondes zullen volledig door de jury bepaald worden, en niet door ons blijken te zijn beïnvloed.
EJ: Zijn er verder nog dingen die de concoursprocedure uniek maakt?
ME: Één van de belangrijkste dingen is die anonimiteit: het feit dat twee van de rondes achter gesloten scherm plaatsvinden, of tenminste zonder dat de identiteit van de kandidaten onthuld wordt. Daarvoor gaat het aanvankelijk alleen om de muziek, en niet om andere zaken die bewust of onbewust invloed kunnen uitoefenen op het oordeel van de jury, zoals hoe een kandidaat eruit ziet, of ze deze persoon kennen, of waar ze vandaan komen. Het eerste oordeel gaat echt puur op het spel af.
Daarnaast wordt de jury niet benaderd als een team dat gezamenlijk de optredens van deelnemers moet beoordelen. Juryleden worden als individuele musici uitgenodigd om afzonderlijk hun oordeel te geven. Binnen hun evaluatie is er geen ruimte voor invloed van andere juryleden, ze mogen de kandidaten tijdens het gehele concours niet bespreken. Elk jurylid heeft daarmee ook evenveel invloed op de uitslag. Daarnaast mogen ze geen cijfers geven als onderdeel van de stemprocedure. Bij een hoop andere
concoursen moet er een cijfer worden gegeven op een schaal van één tot tien, waarbij er vaak extreme cijfers worden gegeven die het gemiddelde sterk omlaag kunnen trekken. Hierdoor kan één jurylid de uitkomst soms sterk beïnvloeden. Tijdens elke ronde van de Dutch Harp Competition hoeven de juryleden enkel de vraag te beantwoorden, “Wil ik deze kandidaat nog een keer horen? Ja of nee.” En tijdens de finale hoeven ze de finalisten alleen op volgorde te zetten, wie er volgens hen de eerste, tweede en derde prijs verdient. Ze kunnen nergens verdere subjectiviteit aan toevoegen. Maar natuurlijk heeft alles zijn voor- en nadelen. Met blinde audities zoals deze kun je geen onderscheid maken tussen jongere kandidaten en oudere kandidaten, die meer ervaring hebben en ook meer tijd gehad hebben om alles te leren. Achter de schermen kun je niet zien en ook niet altijd horen of iemand gewoon nog erg jong is en nog een hoop ontwikkelingen moet doormaken. Iemand kan voor een veertienjarige een briljante harpist zijn, maar nog niet zo goed zijn als een oudere harpist die al een gevestigde carrière heeft. Dat kun je dan niet goed in je oordeel opnemen.
EJ: Maar dat is vaak een probleem van concoursen, dat mensen snel onder de indruk zijn als jonge kandidaten goed kunnen spelen. In zekere zin is het vaak een handicap om ouder te zijn.
ME: Dat kan ik me voorstellen, dat je op oudere leeftijd vaak in het nadeel bent.
EJ: Maar achter een scherm kun je juist van je ervaring gebruik maken.
ME: Er is nog een ander element waardoor we echt een eerlijke juryprocedure proberen te creëren. We zijn heel zorgvuldig in het samenstellen van de jury’s voor zowel de voorrondes als de openbare rondes in maart, omdat we een zo evenwichtig mogelijke combinatie van juryleden zoeken. We benaderen musici van verschillende nationaliteiten en zoeken ook een goede balans tussen het aantal mannelijke en vrouwelijke juryleden (in ieder geval niet één vrouw en voor de rest mannen). We vragen zowel oudere als jongere musici, en zowel harpisten als niet-harpisten. Op deze manier combineer je een hoop verschillende invloeden. Soms wordt er over concoursen gezegd dat deelnemers uit hun eigen land altijd winnen. Ik denk dat dat deels komt door nationale banden, maar ook doordat mensen de stijl uit hun eigen land of regio als het beste hebben leren waarderen. We willen dat echt loslaten en zorgen dat de Nederlandse stijl niet per se de voorkeur krijgt, maar dat verschillende smaken en muzikale tradities in onze jury’s vertegenwoordigd zijn.

Marit naast enkele van haar favoriete reformjaponnen, momenteel te zien in het Gemeentemuseum. Foto door Astrid Hulsmann.
